Onze visie

Wij bieden kinderopvang en kindgerelateerde dienstverlening in een huislijke sfeer waar kind en ouder zich thuis voelen..

Pedagogische visie

Op deze pagina willen we iets dieper ingaan op de visie die wij hebben op kinderen en kinderopvang. Hierin staan de vier ontwikkelingsdoelen van Marianne Riksen-Walraven centraal:

1 Het bieden van een gevoel van emotionele veiligheid
2 Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van persoonlijke competenties
3 Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van de sociale competenties
4 Eigen maken van normen, waarden en “cultuur”

Binnen deze vier kerndoelen is voor ons de eerste het allerbelangrijkst. We willen dat kinderen zich veilig en geborgen voelen bij ons. Als een kind zich niet veilig voelt, zal het niet spelen en zich niet kunnen ontwikkelen. Daarom zien we het eerste ontwikkelingsdoel als de sleutel tot het bereiken van de andere ontwikkelingsdoelen.

Zoals elders op de site is te lezen hebben wij er bewust voor gekozen om de kinderen op te vangen in horizontale groepen. Dit houdt in dat kinderen bij ons worden opgevangen in groepen die ingedeeld zijn naar leeftijd. Wij hebben een babygroep (0 tot ±1 jaar), een dreumesgroep ( ±1 tot ±2 jaar) en een peutergroep ( ±2 tot 4 jaar). Op de bso hebben we een jonge groep tot ± zes jaar en een oude groep vanaf ± zes jaar. De oudste groep op de Regenboogschool is voor kinderen vanaf 7 á 8 jaar. We vinden het belangrijk dat kinderen de mogelijkheid krijgen om zich in hun eigen tempo en op hun eigen niveau kunnen ontwikkelen. Een belangrijke factor hierbij is, dat er voldoende leeftijdsgenootjes zijn om mee te spelen. Op een babygroep is rust heel belangrijk. Wij denken dat dit het beste mogelijk is door de baby’s samen op te vangen en niet in één groep met bijvoorbeeld peuters, die weer hele andere behoeftes hebben

Babygroep

Baby’s kunnen vanaf dat ze zes weken oud zijn bij ons worden gebracht. Voorafgaand aan de eerste dag dat een kind komt, wordt er met de ouders een intakegesprek gehouden. Hierin worden naast de algemene gegevens ook het dagritme en de bijzonderheden doorgesproken. Ouders kunnen tijdens dit gesprek ook aangeven welke voeding hun kind krijgt. Uiteraard is het mogelijk om borstvoeding mee te geven naar de opvang. Flesvoeding hoeft in principe niet zelf te worden meegegeven, dit is voorradig op de opvang. Een uitzondering hierop kan hypoallergene voeding zijn. Ook luiers worden door de opvang verstrekt en hoeven dus niet mee te worden gegeven. We proberen op de opvang zo veel mogelijk aan te sluiten op het ritme dat een kind thuis al heeft opgebouwd. Dit betekent dat er nog niet duidelijk sprake is van een dagritme zoals dat bij de andere groepen wel het geval is. De nadruk ligt op de individuele ritmes van de kinderen. Tijdens het eerste levensjaar maken kinderen een enorme ontwikkeling door. We proberen kinderen hierin te stimuleren door te zorgen voor voldoende uitdagend speelgoed en ze de mogelijkheid te geven om op onderzoek uit te gaan. Dit houdt in dat baby’s niet alleen in wipstoeltjes, kinderstoelen, maxi-cosi’s of de box verblijven maar ook regelmatig op de grond mogen spelen. Dit geeft de kinderen de gelegenheid om te rollen, kruipen, zitten, optrekken en tijgeren. Hierdoor leert een kind zijn lichaam en de mogelijkheden ervan te ontdekken. Uiteraard spelen ook de leidsters een belangrijke rol. Door met de kinderen te knuffelen, praten, zingen en spelen, wordt een gevoel van veiligheid en geborgenheid gecreëerd en worden kinderen uitgenodigd tot een reactie. De babygroep beschikt over een eigen dakterras. Bij mooi weer kunnen de kinderen hier heerlijk spelen. Op het dakterras staan ook de babyhuisjes. Het is heel gezond om buiten te spelen en te slapen en zo kunnen ook de allerkleinsten veilig mee naar buiten.

Iedere dag schrijven we een verhaaltje over hoe het die dag gegaan is. Thuis kan dan rustig worden nagelezen hoe een kind gedronken heeft, hoe lang het geslapen heeft, etc. Ouders mogen hierin uiteraard ook zelf verhaaltjes schrijven over hoe het thuis gaat. Dit vinden we zelfs erg leuk! Vanaf de leeftijd van 1 jaar schrijven we maandelijks een verhaaltje en vanaf anderhalf jaar schrijven we eens in de twee maanden. We schrijven dan over de ontwikkeling van een kind, wie zijn vriendjes zijn, waar hij het liefste mee speelt, etc. Naast de verhaaltjes gebruiken we de schriftjes ook om af en toe leuke foto’s of werkjes in te plakken.

Dreumesgroep

Rond de leeftijd van 1 jaar, stromen de kinderen door naar de dreumesgroep. Bij het doorstromen houden we rekening met een aantal factoren. Allereerst moet er natuurlijk plek zijn op de dreumesgroep. Daarnaast houden we rekening met de ontwikkeling van een kind. Het kan dan gebeuren dat een kind dat niet de oudste op de babygroep is, wat eerder overgaat omdat het er meer aan toe is dan een kind dat net iets ouder is. Verder vinden we het belangrijk dat kinderen zo kort mogelijk op twee groepen worden opgevangen. Dit betekent dat een kind dat bijvoorbeeld op maandag de oudste is, niet alleen op maandag zal doorstromen maar ook op dinsdag, ook al is het dan niet de oudste. Hiermee proberen we zo veel mogelijk te voorkomen dat een kind de ene dag op de babygroep en de andere dag op de dreumesgroep wordt opgevangen. Het spreekt voor zich dat een kind eerst een aantal keren gaat wennen, voordat het definitief overgaat. Een leidster van de babygroep gaat dan mee en zorgt er voor dat de leidsters van de dreumesgroep ook op de hoogte worden gebracht van alle bijzonderheden betreffende de verzorging. Afhankelijk van hoe het gaat, blijft een kind kortere of langere tijd op de dreumesgroep. Sommige kinderen vinden het direct prima om naar een andere groep te gaan, andere kinderen hebben iets langer nodig en gaan eerst een aantal keren een paar uurtjes wennen. We passen dit tempo zo veel mogelijk aan aan wat een kind nodig heeft.

Op de dreumesgroep is al meer sprake van een dagritme. We volgen wel het ritme van de kinderen maar er wordt vaker samen aan tafel gegeten en gedronken. Rond half tien gaan de kinderen aan tafel om iets te drinken en fruit te eten. Daarna worden alle kinderen verschoond en gaan de kinderen die twee keer slapen op bed. Tegen half twaalf gaan we aan tafel om brood te eten. Na het eten gaan de kinderen die één keer slapen naar bed. ’s Middags rond half drie gaan we weer aan tafel om te drinken en iets te eten. Dit kan fruit of een koekje zijn. Daarna worden de kinderen die twee keer slapen weer naar bed gebracht. Om half vijf gaan de kinderen aan tafel. Sommige kinderen krijgen een potje eten. Kinderen die niet mee-eten krijgen een cracker. Veel dreumesen (maar ook peuters) doorlopen een fase waarin ze moeite hebben met afscheid nemen. Wij hebben er alle begrip voor dat het niet leuk is om een verdrietig kind achter te moeten laten. De ervaring leert ons echter dat het voor een kind het beste is als een ouder duidelijk en kort afscheid neemt. Meestal is het verdriet dan snel weer over en gaat een kind lekker spelen. Uiteraard kunt u altijd even bellen om te vragen hoe het gaat.

De ruimte van de dreumesgroep biedt ruimschoots de mogelijkheid om te klimmen, klauteren en lekker te spelen. Daarnaast wordt er regelmatig geknutseld met de kinderen en als het mooi weer is zijn we vaak buiten te vinden. Het buitenterrein wordt gedeeld met de peutergroep. Er is een ruime keuze in rijdend materiaal. Fietsjes, trackers, loopfietsjes, steppen, loopauto’s, etc. Daarnaast hebben we voetballen, skippyballen, scheppen, oude autobanden, grote blokken, sleeën voor in de winter en nog veel meer speelgoed. We hebben een ruime zandbak tot onze beschikking en ’s zomers maken we gebruik van badjes en ander waterspeelgoed. Bovendien staat er op het plein een prachtig speeltoestel met een glijbaan. Voor de allerkleinste dreumesen is er een speciaal hoekje van het plein afgezet, zodat zij eventueel ook rustig kunnen spelen. In de praktijk blijkt dit echter bijna nooit nodig te zijn. Een groot voordeel van het delen van de buitenspeelruimte met de peutergroep is dat de dreumesen de leidsters en kinderen van de peutergroep alvast wat leren kennen. Zo verloopt de overgang naar de peutergroep soepeler omdat een kind de namen en gezichten al kent.

Peutergroep

Rond hun tweede jaar gaan kinderen over naar de peutergroep. Ook bij deze overgang gaan de kinderen eerst een paar keer wennen. Bij de peutergroep hebben we hetzelfde dagritme als bij de dreumesen. Niet alle kinderen gaan hier echter nog naar bed. En naast het verschonen van de luiers wordt hier uiteraard ook tijd gemaakt voor zindelijkheidstraining. Sommige kinderen gaan op het potje, anderen zijn al helemaal zindelijk en mogen naar de wc. We hebben wasbakjes op kindhoogte en stimuleren de kinderen om hun handen te wassen na het wc-gebruik. Rond half tien gaan we met de kinderen aan tafel om iets te drinken en fruit te eten. Om half twaalf gaan we met de kinderen aan tafel om een broodje te eten. Kinderen mogen voor het eerste broodje alleen hartig beleg kiezen, op het tweede broodje mag ook zoet beleg. Bij de maaltijd drinken de kinderen melk. Alleen kinderen die geen melk mogen (i.v.m. bijvoorbeeld een allergie) of het echt niet lusten, drinken sap. Op de peutergroep drinken in principe alle kinderen uit een grote beker. Dit is beter voor het gebit en de spraakontwikkeling. Na het eten, gaan de kinderen die nog slapen op bed. Als de kinderen weer wakker zijn, gaan we gezamenlijk aan tafel om te drinken en fruit of een koekje te eten. Om half vijf gaan we aan tafel voor het eten. Kinderen die niet op de opvang eten, krijgen een cracker of rozijnen.

Bij deze leeftijdsgroep krijgen we ook regelmatig te maken met zindelijkheidstraining. Bij de toiletjes hangt voor ieder kind dat in deze fase zit een kaart. Iedere keer dat een kind op de po of de wc heeft geplast of gepoept, mag het een sticker opplakken. Aan ongelukjes besteden we geen negatieve aandacht. Dat hoort nou eenmaal bij het proces van zindelijk worden. Het is verstandig om er in deze fase voor te zorgen dat een kind altijd wat extra schone kleren op de opvang heeft liggen. Vaak is het zo dat een kind thuis wat sneller zindelijk is dan op de opvang. Er is meer drukte en afleiding dan thuis waardoor het plassen nog wel eens wordt vergeten. In overleg met de leidsters kan worden gekeken wanneer een kind er aan toe is om op de opvang geen luier meer te dragen.

Op de peutergroep wordt verder natuurlijk veel tijd vrijgemaakt voor voorlezen, knutselen, liedjes zingen. We werken veelal met thema’s. Hierbij kunt u denken aan thema’s als lente, winter, feestdagen, Vader- en Moederdag, Sinterklaas e.d. maar ook aan thema’s als de boerderij, prinsen en prinsessen, dieren etc. Maar al te vaak komt het voor dat werkjes meer door de leidsters worden gemaakt dan door de kinderen. Wij proberen dit zo veel mogelijk te voorkomen. De kans dat u een sneeuwpop ziet, waarbij alle losse onderdelen keurig op de juiste plaats geplakt worden is dan ook niet zo groot. Het kan voorkomen dat de bezem in de lucht zweeft en de wortel een grote teen wordt maar het kind heeft het dan wel zélf gemaakt. Naast het contact met de leidsters wordt ook het contact met de andere kinderen steeds belangrijker. Kinderen sluiten vriendschappen en maken deel uit van een groep. In plaats van náást elkaar, gaan ze steeds vaker mét elkaar spelen. Ze ontwikkelen meer en meer hun eigen identiteit met duidelijke voorkeuren voor andere kinderen maar ook voor bijvoorbeeld speelgoed. Het speelgoed dat we aanbieden is dan ook zeer divers. Zo geven we alle kinderen de mogelijkheid te ontdekken wat ze leuk en minder leuk vinden en waar hun interesses liggen. Ook met de peuters zijn we regelmatig buiten te vinden. Kinderen doen tijdens het buitenspelen essentiële vaardigheden op. Buiten spelen is zeer goed voor de grove motoriek. Deze grove motoriek wordt ontwikkeld door bijvoorbeeld rennen, fietsen, springen, glijden, klimmen. Uiteraard vinden we veiligheid erg belangrijk. Maar we vinden het ook belangrijk dat kinderen de kans krijgen om te ontdekken en zich te ontwikkelen. Een ongelukje op zijn tijd is dan niet te voorkomen. Dit betekent niet dat we aan de kant gaan toekijken als een kind iets gevaarlijks doet of valt maar wel dat we kinderen zullen helpen en stimuleren als ze bijvoorbeeld een keer op de boombank willen klimmen en er van af willen proberen te springen.

Positief gedrag zullen we zo veel mogelijk belonen maar uiteraard komt het ook wel eens voor dat een kind gedrag vertoont dat niet wenselijk is. We gaan hier als volgt mee om. Het kind krijgt eerst een waarschuwing. De groepsleiding legt dan duidelijk uit wat er niet mag en waarom dat niet mag. Als dat niet helpt en het gedrag wordt herhaald, dan krijgt een kind een time-out. De lengte van de time out wordt bepaald door de leeftijd van een kind. Een kind van drie krijgt dus een time out van ongeveer drie minuten, een kind van vijf krijgt een time-out van ongeveer vijf minuten. Daarna gaat de leidster naar het kind toe om nogmaals uit te leggen waarom iets niet mag. Kinderen moeten daarnaast hun excuses aanbieden. Belangrijk uitgangspunt is dat het gedrag van een kind fout is en niet het kind zelf! Dus niet: “Jij bent niet lief” maar “Wat jij doet is niet lief”.

Buitenschoolse opvang

Kinderen die doorstromen naar de bso mogen al af en toe komen spelen voor ze vier worden. Als een kind vier wordt veranderd er veel. Het kind gaat niet alleen over naar een nieuwe groep maar het mag ook naar school. We proberen er dan ook voor te zorgen dat een kind op de bso in ieder geval al een beetje gewend is zodat niet alles in één keer nieuw is. Kinderen hebben op school vaak al een druk programma. Daarom zien wij de buitenschoolse opvang als vrije tijd waarin de kinderen hun vriendjes kunnen opzoeken en zelf mogen kiezen wat ze willen doen. Uiteraard worden er activiteiten aangeboden maar deelname hieraan is niet verplicht. Dat betekent dat sommige kinderen misschien (bijna) nooit met een werkje naar huis komen omdat ze liever de hele middag voetballen of spelletjes doen. We geven de kinderen hierin alle ruimte.

Ook de groepen van de bso zijn ingedeeld naar leeftijd. Het leeftijdsverschil tussen kinderen op de bso is erg groot. Een kind van vier heeft hele andere behoeftes dan een kind van tien. Het speelplein wordt wel gedeeld. De Topgroep op de Regenboogschool heeft een zeer groot speelplein met een voetbalkooi tot haar beschikking. Dit betekent dat de kinderen de mogelijkheid hebben om lekker te voetballen, hinkelen en skaten.

Kinderen die ’s middags vrij zijn, gaan bij ons eerst een broodje eten als ze uit school komen. De kinderen hoeven niet zelf een broodmaaltijd mee te nemen, hier zorgen wij voor. Daarna mogen de kinderen gaan spelen. Om kwart over drie zijn alle kinderen vrij. We gaan dan eerst gezamenlijk wat drinken en de kinderen krijgen fruit of een biscuitje. Op de bso hoeven de kinderen niet te wachten tot iedereen klaar is met eten en drinken. We hebben hier voor gekozen omdat er een groot verschil zit tussen het eet- en drinktempo van de kinderen en er eigenlijk maar weinig tijd om te spelen. Tegen de tijd dat de eerste kinderen van tafel komen is het vaak al kwart voor vier geweest. Om half vijf gaan we aan tafel. Sommige kinderen hebben warm eten mee van thuis, de anderen krijgen een cracker of en plakje ontbijtkoek. Na het eten of drinken wijzen we kinderen er altijd op dat ze eerst hun handen en mond gaan wassen bij de toiletten.

Op alle bso-groepen hebben wij (spel)computers tot onze beschikking. Dit betekent niet dat de kinderen hier onbeperkt gebruik van kunnen maken. Via een timer wordt de tijd dat een kind achter de computer mag gereguleerd. Over het algemeen stellen we de klok in op vijftien of twintig minuten per kind. Alleen in de vakanties mag het soms wat langer. Ook televisiekijken mag niet onbeperkt. De meeste dagen gaat de televisie niet aan. In de vakanties gaan we wel regelmatig gezamenlijk een film kijken. Kinderen die niet helemaal fit of erg moe zijn mogen soms ook even kijken. Meestal maken we gebruik van dvd’s zodat we weten wat de kinderen zien maar bij bijzondere gelegenheden mag de televisie ook aan, bijvoorbeeld bij het Sinterklaasjournaal of het WK voetbal als Nederland moet voetballen.

Wij vinden het belangrijk dat alle kinderen met plezier naar de bso gaan. Daarom treden wij zeer consequent op als wij merken dat er kinderen gepest worden. Er is een duidelijk verschil tussen plagen en pesten. Bij plagen is er sprake van een incidenteel voorval tussen twee of meerdere kinderen. Bij pesten gaat het om structurele voorvallen waarbij een duidelijk machtsverschil is tussen de pester(s) en het slachtoffer. Zodra we vermoeden dat er meer aan de hand is dan een grapje maken of een plagerijtje, zullen we met alle betrokken kinderen praten om zo snel mogelijk een eind te maken aan de situatie. Uiteraard zullen we in dat geval ook ouders altijd laten weten wat er is voorgevallen.

Op iedere bso-groep hangen groepsregels. Deze zijn samen met de kinderen opgesteld. We vinden het belangrijk dat kinderen ook zelf meedenken over hoe we het samen leefbaar en gezellig houden. Kinderen kunnen dit heel goed en hebben een duidelijk idee over wat ze vinden dat wel en niet mag en kan. Zo werken we gezamenlijk aan het normen en waarden besef. Regels zijn ook belangrijk omdat het veiligheid en duidelijkheid biedt. Het geeft kinderen een kader waarbinnen ze zich kunnen bewegen zodat ze weten waar ze aan toe zijn.

In principe hebben wij geen open deurenbeleid. Een open deurenbeleid houdt in dat kinderen niet alleen op hun eigen groep mogen spelen maar daarnaast ook op andere groepen. Wij vinden rust en structuur op de groep erg belangrijk en hebben er daarom voor gekozen de kinderen niet structureel op een andere groep te laten spelen. Het buitenplein wordt wel gedeeld maar kinderen kunnen zich even rustig binnen op hun eigen groep terugtrekken als ze dat willen. Vooral de kinderen die net op school zitten, hebben hier nog wel eens behoefte aan. Alleen in de vakanties en aan het eind van de dag als er maar weinig kinderen zijn, mogen de kinderen wel eens op elkaars groep spelen.

Vanaf de leeftijd van 7 jaar is het mogelijk dat een kind een zelfstandigheidscontract krijgt. We noemen dit een contract omdat de ouders en de leiding met het kind een contract afsluiten waardoor het kind bepaalde vrijheden krijgt. Uiteraard worden hier wel bepaalde voorwaarden aan gesteld. Als blijkt dat een kind de verantwoordelijkheid niet aan kan, kunnen deze vrijheden eventueel weer worden ingetrokken. U kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan het zelfstandig vanaf school naar de bso fietsen of lopen. Er wordt dan de afspraak gemaakt dat een kind direct uit school naar ons toe komt en het zich gelijk even meldt bij de leidsters. Andere mogelijkheden zijn dat een kind zelf naar sport toe mag gaan, buiten het hek mag spelen (in een afgesproken gebied) of zelf mag afspreken dat het bij een vriendje gaat spelen. Een kind krijgt alleen een zelfstandigheidscontract als de ouders en groepsleiding het er over eens zijn dat een kind de verantwoordelijkheid hiervoor aan kan. Daarnaast moet het kind het zelf uiteraard ook willen en durven.